De Techniek

Mentaliteit en wedstrijdinstelling:

Badminton is en blijft een 'raar' spelletje. Hoe gek het ook moge klinken, maar een stukje psychologie vóór en tijdens het spel speelt een aanmerkelijke rol. Het kan voorkomen dat je verliest van een op papier mindere tegenstander door verkeerde wedstrijdinstelling. Gedeeltelijk ligt dat aan je eigen karakter, maar ook aan een aantal omgevingsfactoren die in je voordeel zijn te beinvloeden. Ik zet ze graag voor jullie op een rijtje en hoop dat jullie er je voordeel mee kunnen doen.

Badmintontip 1. Voor de wedstrijd. 

Laat in godsnaam je dure merkkleding en je tientallen badmintonrackets thuis. Ook je elegante en feilloos ogende loopje en nietsontzienende houding. Het is de kat op het spek binden. Een gulden regel binnen badminton is relaxed en spanningsloos spelen. Als een speler het idee heeft niets te verliezen, dan heb je al snel een taaie tegenstander voor je neus staan. Dit geldt voor vele sporten, zo ook bij badminton. Doe normaal of liever nog speel de 'underdog'.

Badmintontip 2. Inslaan 

Tijdens het inslaan moet je er voor zorgen dat je lichaam op temperatuur raakt en alle spieren lekker los zijn. Zorg er voor dat je het juiste gevoel krijgt met de snelheid van de shuttle en, bij uitwedstrijden, de omstandigheden van de voor jouw onbekende sporthal. Laat vooral niet zien hoe goed je bent in bepaalde slagtechnieken. Dat is namelijk precies wat een slimme tegenstander wil weten. Een uiterst harde en goed geplaatste fore-hand, maar een beduidend mindere back-hand tijdens het inslaan. Je raadt het al...! Dat wordt pijn lijden. Frivole trucjes aan het net, maar geen fatsoenlijk voetenwerk...? Je rent je wezeloos. Forget it.

Badmintontip 3. Omkering van de wet van arrogantie

De meeste tegenstanders kunnen het gewoonweg niet laten om al hun slagenarsenaal te laten zien. Ook zijn er tegenstanders die het genoegen hebben je alle hoeken van het veld te laten zien tijdens het inslaan . Trap daar niet in. Je wordt er gruwelijk moe van en dit soort onsportieve gedragingen moeten gepareerd worden met onderkoelde maar faire vermaningen dat je graag even wilt warm slaan. Ondertussen kook je al van binnen. Probeer deze emotie in je voordeel te gebruiken. De mooiste psychologische truc die ik ooit heb geleerd en toegepast wil ik graag met jullie delen. Voor de gevorderen een bekend fenomeen. Je kent dat wel. Tegenstander met een hip trainingspak, een schitterend geknipt kapsel en tal van dure badmintonrackets in zijn/ haar gesponsorde badmintontas, loopt de baan op om jou, jij minderwaardige boerenpummel, een lesje te leren. 

Het ziet er allemaal slecht voor je uit. 

De wijze hoe je tegenstander zijn schijnslagen laat zien. Zijn voetenwerk fenomenaal voor de disco, populair zwaaiend naar de bezoekers op de tribune. Je voelt je steeds kleiner worden, toch? Laat je niet gek maken, dit kan uitstekend in je voordeel werken. Maar pas op, je weet nog steeds niet wie je werkelijk voor je hebt staan. Het meest ideale wat je nu kan overkomen, is het volgende. Je slaat je warm met je tegenstander en bij de eerste de beste mogelijkheid smasht hij gruwelijk hard de shuttle voor je voeten. Wederom niets aan het handje, maar hier haal je meteen even een klein voordeeltje. Niet te overdreven natuurlijk, maar laat alvast een beetje merken dat je geen kans maakt en dat je danig onder de indruk bent van zijn kwaliteiten. Sterker nog, in het vervolg van het inslaan doe je bijna alles verkeerd wat er maar verkeerd kan gaan. Je slaat mis, je slaat in het net, je loopt niet goed, je bent te laat. Je strooit al het zand wat je hebt in de ogen van deze tegenstander. Want laten we eerlijk zijn. Het ziet er allemaal niet best uit voor je. De houding van je tegenstander wordt alsmaar arroganter en onderschatting druipt langs zijn hele lichaam af. 

De eerste set! 

Hoe weet je nu of jouw 'act' het gewenste resultaat oplevert en in je voordeel gaat werken? Het kan bijna niet anders, maar je tegenstander verliest zijn geduld aan je geklungel en vraagt veel te vroeg om te beginnen met de wedstrijd. Stem hier altijd mee in. Je bent al warm genoeg als het goed is. En nu komt het grote moment waar alles mee valt of staat. Je gooit werkelijk alles in de strijd wat je in je hebt. Meteen vanaf het begin van de eerste set. Niet inhouden, niet te voorzichtig, maar 100% vlammen. 

De tegenstander weet niet wat hem/ haar overkomt, de aanverwante bezoekers op de tribune trouwens ook niet. Gebruik dit gezichtsverlies in je voordeel. Als het allemaal mee zit, sta je in no-time op een ruime voorsprong voordat de tegenstander beseft hoe de zaken ervoor staan. De nerveus geworden tegenstander kan zijn/haar eerste set op zijn/haar buik schrijven. Uitgaande dat je het voor elkaar hebt gekregen om je op papier betere tegenstander de eerste set af te snoepen, wacht je, zolang als reglementair mogelijk, om de tweede set te beginnen. Waarom? Allereerst krijgt iedereen de kans om je tegenstander aan te spreken over zijn wanprestatie tegenover zo'n boerenpummel (deze status stijgt alleen maar). Ten tweede stijgt de spanning voor je tegenstander omdat er op dat moment niets gebeurd. Je tegenstander wil niets liever dan zo snel mogelijk de boel weer recht te zetten. Zorg dat deze spanning en dit ongeduld stijgt door zolang mogelijk tijd te rekken. Let wel op dat je niet teveel afkoelt natuurlijk. 

De tweede set 

Je weet dat je tegenstander nu helemaal gebrand is om je alle hoeken van het veld te laten zien in deze tweede set. Perfect!. Afhankelijk hoe sterk (mentaal en fysiek) je tegenstander daadwerkelijk is, laat hem maar zijn gang gaan. Spaar je krachten in de beslissende derde set. Je kent nu zijn sterke en zwakke punten uit de eerste set. Hoe gemeen het ook moge zijn, speel constant en dan bedoel ik ook constant op zijn meest zwakke plek zover dat mogelijk is. Voor vele tegenstanders is dat de hoge clear richting de back-hand. Maak hem moe en gefrustreerd door de hele tijd op deze plek de shuttle te slaan. 

Veelal heeft een tegenstander twee oplossingen voor deze zwakke plek. Hou daar rekening mee en hou de shuttle zolang mogelijk in het spel. Zorg er ook voor dat het spel snel hervat wordt na de slagenwisseling. Zorg ervoor dat je zo min mogelijk onnodige fouten maakt. Oftewel hou de rally's lang en maak je tegenstander conditioneel kapot. Het zou natuurlijk mooi zijn dat je toch de tweede set te pakken krijgt, maar laten we uitgaan dat je een beslissende derde set moet spelen. 

De derde set, De sensatie hangt in de lucht. 

Ondanks je verloren tweede set en het nadelige gewin qua moraal van je tegenstander, sta je er stukken beter voor dan het begin van de eerste set. Als je bovenstaande exact hebt gevolgd en uitgevoerd zijn twee zaken een feit. 

Feit 1: 

Tegenstander heeft eerste set verloren, tweede set gewonnen weliswaar maar daar moest wel gruwelijk hard voor gewerkt worden. In de derde set heb jij het initiatief en het psychologisch voordeel. Jij bepaalt wat er op de baan gebeurd ongeacht je badmintonkwaliteiten. Nu is het jouw beurt weer om vol gas te geven wederom. Be cool and be a killer. In ieder geval zijn je kansen voor een enorme sensatie ruim gestegen. En ook al zou je deze derde set toch verliezen, dan nog heb je een bevredigend gevoel overgehouden. Beter dan je best doen, is er niet. 

Kortom samengevat: 

Ik heb vele wedstrijden gewonnen van tegenstanders die normaal gesproken veel beter zijn dan ik. Maar een mens is ook maar een mens en soms kun je daar nuttig gebruik van maken. Wie nu nog zegt dat badminton een sport is voor softies en watjes zou toch maar eens een racket ter hand moeten nemen. Laat je niet gek maken en BE COOL! 

Badminton en winnen 

Geen killersinstinct ( door Toon Gerbrands ) 

Topsport kenmerkt zich door winnen en verliezen. Om te willen winnen moet je trainen én bepaalde persoonlijkheidseigenschappen hebben. Vooral bij dit tweede punt liggen de zwakheden van de Nederlander. Vraag het aan buitenlandse coaches die in Nederland werken en we worden keihard met de feiten geconfronteerd. In een artikel gaven zij een aantal typeringen van de Nederlandse topsporter: Nederlanders hebben geen killersinstinct, ze durven nooit ergens voor de volle honderd procent achter te staan, ze durven niet uit te stralen dat zij goed zijn, en ze relativeren en discussiëren heel veel. 

Tot zover de ervaringen van de buitenlandse coaches. 

Het zijn veel herkenbare zaken. Immers als een Nederlandse topsporter roept dat hij wereldkampioen gaat worden, wordt dat als arrogant gezien. De pers zal deze topsporter in dat geval zeker tot op het bot fileren. In Amerika is het heel normaal als je roept dat je de Olympische Spelen wilt halen en daar gaat strijden voor een gouden medaille. In dat land wordt falen gezien als de volgende stap naar succes. De meeste Nederlandse topsporters beëindigen gedesillusioneerd hun carrière. Tot in het bejaardenhuis wordt deze uiteindelijk traumatische ervaring meegenomen. 

Winnen is een houding, die intrinsiek in een sporter moet zitten. 

Een echte winnaar veegt ook zijn neefje van vier van het dambord. Winnen doe je altijd en niet alleen wanneer het uitkomt. Deze benadering zal veel weerstand oproepen in de 'normale' maatschappij. Immers in de 'normale' maatschappij gelden heel andere waarden, die ver afstaan van de principes van winnen, zoals: compassie, consensus, voorzichtigheid en begrip voor elkaar. Een winnaar kan hier niks mee. 

Om te kunnen presteren moet je de grenzen durven te zoeken. 

Het vervelende hiervan is dat de negatieve kanten van deze benadering niet door de maatschappij worden geaccepteerd. We willen wel de plussen zien, zoals passie en doorzettingsvermogen, maar de minnen accepteren we niet. Een echte winnaar zal namelijk ook wel eens gedrag vertonen dat de grens overschrijdt, zoals het beïnvloeden van een scheidsrechter, het uitschelden van medespelers of egoïstisch en soms asociaal gedrag. Deze minnen krijg je cadeau bij de plussen van een intrinsiek gemotiveerde winnaar. 

Als je de Nederlandse bevolking uitzet in een grafiek volgens het principe van de zogenaamde Gausskromme , dan bevinden topsporters zich aan de zijkant. Dit betekent dat ze niet behoren tot de gemiddelde afspiegeling van de bevolking en slechts in beperkte mate zijn te vinden. Zoek je een topsporter met winnaarinstelling, dan wordt de zoektocht nog beroerder. Een intrinsiek gemotiveerde winnaar zal zeldzaam zijn in Nederland. Voeg daarbij de negatieve eigenschappen die bij dergelijke sporters horen en het is duidelijk dat de Nederlandse samenleving hen niet kan begrijpen. 

Een componist wordt meestal pas na zijn dood gewaardeerd. 

Een winnaar valt deze eer zelfs niet te beurt. Een man als Edgar Davids valt in deze categorie; bij AZ denk ik zelfs aan Barry van Galen, over wie iedereen een mening heeft. Ik ken slechts één winnaar, die ook nog als positief door de Nederlanders wordt ervaren, en dat is Pieter van den Hoogenband. Voor hem is op de Gausskromme zelfs geen plaats. Maar ook voor hem dreigt de hoon, als hij een keer geen tijd heeft om een handtekening te zetten. Nederlanders begrijpen de winnaar niet! 

Inzet 

Het lijkt een herhaling en dat is het eigenlijk ook. Eén van de voorwaarden om topsporter te kunnen zijn en blijven is: leven voor je sport. Voor jeugdspelers valt dat niet altijd mee, want ze moeten ook nog naar school, en hebben ook nog te maken met andere hobby's, vrienden en vriendinnen. Toch komen topspelers op jonge leeftijd al snel voor een keuze te staan (vaak samen met de ouders): Wil ik alles er uit halen en wat moet ik daar dan voor doen en voor laten. 

Enkele eisen: 

Hard trainen adviezen van je trainer opvolgen tijd nemen voor je studie, maar er ook rekening mee houden dat topsport niet altijd samengaat met topstudie (alhoewel er een heel aantal topsporters zijn die ook een topstudie hebben afgerond of die de studie nog volgen) tijd nemen voor andere hobby's, maar niet ten koste van je "topsport". Goed overleg met jezelf, je trainer en je ouders kan helpen om een goede balans te vinden. Af en toe iets anders dan je eigen sport, kan de "geest" fris houden. topsport kost tijd: rusten, trainen, reizen, wedstrijden in competitie en toernooien, etc. Al op jonge leeftijd ben je gauw 5-6 dagen op de een of andere wijze met badminton bezig. Topsporter wordt je ook niet wanneer je maar 3-4 dagen met je sport bezig bent, althans: geen wereldtopper. Overleg met je trainer hoe je je traingstijden en -momenten zo goed mogelijk kunt invullen. 

Tenslotte: 

Baantraining moet leuk zijn (mag je eisen van je trainer), maar moet wel gericht zijn op het steeds beter worden en willen worden. Dat betekent dat je tijdens de training de concentratie op moet kunnen brengen om 100% te kunnen presteren/trainen. Op de trainingen van BCPortland wordt hierop het komende seizoen strakker en strenger geselecteerd. 

Kortom: 

Topsport kost je iets, maar je krijgt er ook heel veel voor terug. En het kan toch ook niet zo zijn dat we straks alleen nog maar spelers naar Nederland gaan halen die voor ons op de Olympische Spelen hun best doen, we hebben toch zelf ook voldoende talent en motivatie in huis om de top te halen?!

Onze Sponsoren

 

 Junglestar Bromelia's

 

Kwflex

Vlierodam

Restaurant Fountain

Interrijn Group